Home

logo

Kleien met flora en fauna Afdrukken E-mail

Artikel uit de Volkskrant van 12 december 2009 

Door René Didde 

De uiterwaarden langs de Waal in de Millingerwaard bij Nijmegen worden van hun klei ontdaan, zodat het rivierwater het land weer kan overstromen en de natuur haar gang kan gaan. Iedereen blij. Ook de baksteenfabrikanten. ‘Hier, kijk, cipreswolfsmelk.'

 

 

Bevers
In het zand zijn verse sporen van rupsbanden te zien, en hoefafdrukken van konikpaarden en gallowayrunderen. De zandoever is bezaaid met door bevers afgeknaagde wilgentakken. De bandensporen zijn afkomstig van ontkleiingsmachines die onlangs wegens drassigheid hun schraapwerk hebben gestaakt. Dieren nemen de plek van de machines onmiddellijk in. In de uiterwaarden van de Millingerwaard bij Nijmegen volgen de grote grazers van de nieuwe natuur de graafmachines op de voet.  
 

Open landschap
Het 650 hectare grote gebied langs de Waal, onderdeel van de Ooijpolder, wordt sinds vijftien jaar stukje bij beetje teruggegeven aan de natuur. Eerst wordt de toplaag van de bodem opgerold en verdwijnen de residuen van het recente landbouwverleden. Dan gaat de kleilaag eraf totdat de machines op het schrale uiterwaardenzand stuiten. Eeuwenlang is het grillige zandreliëf uit het ongetemde verleden van de rivier afgedekt door het nivellerende kleidek. Nu ontstaat er een geaccidenteerde prairie. Paarden, runderen en bevers houden de bomen kort, waardoor landschap open blijft.  
 

Fietstocht met bioloog Bekker
‘We hebben het hier voor elkaar gekregen dat de rivier buiten zijn klemmende korset van kribben en zomerdijken kan treden en deze grond kan overspoelen’, zegt Johan Bekhuis, die voor gaat op een fietstocht door het gebied. De bioloog, in dienst van het Wereld Natuurfonds, komt minstens twee keer per week in de Millingerwaard, die hij tot zijn achtertuin mag rekenen.  
 

Bijzondere vissoorten keren terug
Vanwege het extreem droge najaar is de rivierstand momenteel zeer laag, maar de afgelopen jaren heeft deWaal al tal van plantenzaden stroomopwaarts binnengebracht. ‘Ook mosselen en kreeftjes doen hun intrede’, vertelt Bekhuis. Teruggelegde kreken, en oude stroomgeulen die tevoorschijn komen na de graafwerkzaamheden, vloeien vol rivierwater en bieden bijvoorbeeld de snoek mogelijkheden tot paaien en fourageren. Ook stromenminnende en verloren gewaande vissoorten met illustere namen als winde, barbeel, sneep en serpeling zijn terug in de nieuw uitgegraven geulen langs de Waal.
 

Ruigte
Amper vijftien jaar na aanvang en zelfs na zes achtereenvolgende relatief droge winters wint de ruigte hier zienderogen veld. In het voorjaar springen pioniersoorten als teunisbloem, vlieszaad en amarant op. Tot genoegen van de natuurvorsers is ook de voorheen zeldzame zwarte populier weer present. ‘De hele Rode Lijst kan hier zijn gang gaan’, zegt Bekhuis te midden van de ruigte. ‘Brede ereprijs, met frêle blauwe bloempjes, was verdwenen. Nu groeit het bij bossen tegelijk. Het barst van de waterplanten, waaronder verrassend genoeg liefhebbers van kwelwater zoals lidsteng en waterviolier.’ Deze uiterwaard geldt bovendien als een van de rijkste libellengebieden in Nederland. Vogels als de zeldzame oeverloper broeden er, de zwarte ooievaar wordt jaarlijks gespot.  
 

Struinnatuur
Maar niet alleen natuurfreaks weten de Millingerwaard te vinden. De robuuste ‘struinnatuur’ wordt gewaardeerd door wandelaars, fietsers, mountainbikers. Jaarlijks trekt de oude landbouwpolder 150 duizend bezoekers, meest uit de regio Nijmegen. 
 

Nederland klimaatbestendig
De ongebreidelde ruimte voor de natuur gaat hier hand in hand met het klimaatbestendig maken van Nederland, zoals bijvoorbeeld de Deltacommissie-Veerman bepleitte. Want met de verlaging van de uiterwaarden neemt het waterbergend vermogen van de rivier toe. ‘In tijden van hoogwater, bijvoorbeeld door sneeuw- en regenval in het Zwarte Woud, kan er veel meer water in de uiterwaarden’, wijst Bekhuis.  
 

Kansen voor kleiwinning
Op meer plekken kan het klimaatbestendig maken van Nederland hand in hand gaan met nieuwe, natte natuur en met kleiwinning. ‘Klimaatbuffers’ heten dergelijke gebieden in Nederland. ‘We denken dat ruim 10 duizend hectare uiterwaarden, meest langs Waal en Maas, hiervoor in aanmerking komt’, schat Wouter Helmer, directeur van ARK Natuurontwikkeling, een organisatie die ruige natuur zoals in de Millingerwaard stimuleert. ‘Omdat er ongeveer 100 hectare per jaar nodig is voor kleiwinning, ben je over 100 jaar klaar. En het mooie is dat je dan opnieuw kunt beginnen, want de klei-afzetting gaat onverminderd door.’ 
 

Nieuwe manier van klei afgraven
Rondom slot Loevestein staat een plan op stapel voor 700 hectare klimaatbuffer. Ook het Rijnstrangenbied, ten noorden van de Millingerwaard, is een klimaatbuffer. De ruige natuur en waterberging vergen wel een nieuwe manier van kleiwinning. ‘Tot in de jaren tachtig werd klei ontgonnen door metersdiepe putten te graven’, herinnert Bekhuis zich. ‘Nu volgen de machines de contouren van de klei-afzettingen en ontstaat er reliëf.’ 
 

Klei als economische motor
De kleiwinning geldt bovendien als een van de economische motoren achter de nieuwe natuur. Kleifabrikanten kopen de grond van boeren voor een hogere prijs dan de landbouwwaarde, verdienen aan de klei en dragen de boel daarna voor een prikkie over aan natuurorganisaties als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer of particuliere natuurbeheerders. In complexere situaties speelt de overheid een bemiddelende rol. De klei uit de Millingerwaard gaat onder meer naar de enkele kilometers verderop gelegen ovens van de steenfabriek Erlecom. 
 

'Bronsbakkende klei'
Daar legt Leen de Jong van Wienerberger, met 235 fabrieken in 26 landen – waaronder 20 in Nederland – ’s wereld grootste steenfabrikant, uit dat de Waal vooral bronsbakkende klei oplevert. ‘Door verschillen in mineralensamenstelling, ijzergehalte, leemgehalte, hoeveelheden kalk en zand verschilt de klei van plaats tot plaats’, zegt De Jong, coördinator natuur en bouwen bij Wienerberger. ‘De IJssel geeft geelbakkende klei, terwijl de Maas grosso modo rode klei oplevert.’

Bakstenen
De uiterwaardenklei is in een tijdsbestek van veertien dagen omgezet in bakstenen. Vrijwel geheel geautomatiseerd wordt de verse klei geperst en volgens de receptuur van de steen gemengd met toeslagstoffen. Door de crisis in de bouw herbergen de bedrijfsterreinen grote stapels stenen. 
 

Natuurvriendelijk
Crisis of niet, volgens De Jong is iedereen overtuigd van de nieuwe aanpak van natuurvormende ontkleiing. ‘De producenten staan er allemaal open voor. De werkwijze wordt tegenwoordig ook voorgeschreven in de vergunningen. Kleiwinning geldt niet langer als primaire winning, maar geschiedt ten dienste van de natuur en de rivier’, aldus De Jong, die vier jaar door het Wereld Natuurfonds is gedetacheerd bij de steenfabrikant om de natuurvriendelijke transformatie in goede banen te leiden. 
 

Dakpannen
Baksteenfabrikanten spreken daarom graag over klei als een duurzame grondstof. Zij hebben sinds kort de wetenschap aan hun zijde, aldus onderzoeksinstituut Deltares (fusie van delen van TNO Bouw en Ondergrond, Geodelft, en WL-Delft Hydraulics). ‘Vanaf 1850 tot nu is er minder klei onttrokken dan er is afgezet’, zegt Michiel van der Meulen. ‘Er is in al die tijd ongeveer 0,2 kubieke kilometer (200 miljoen kubieke meter) klei afgezet, terwijl er0,17 kubieke kilometer is gebruikt voor de productie van bakstenen en dakpannen.’ Hij wijst erop dat de nieuwe manier van ontginnen, door een laagte in het uiterwaardenlandschap te creëren, niet alleen de natuur en het waterbergend vermogen ten goede komt. ‘Doordat rivierwater vaker de uiterwaarden overstroomt, neemt ook de opslibbing toe.’ 
 

Na vijf jaar volop nieuwe natuur
In de Millingerwaard laat Johan Bekhuis pal aan de oevers van de Waal een gebied zien waar de graafmachines vijf jaar geleden de klei hebben verwijderd. ‘Er is een natuurlijk grasland ontstaan – hier, kijk, cipreswolfsmelk’, wijst hij op een citroengeel denachtig plantje. ‘Daar heb je hondstong. Prachtig verhaal, hondstong, ken je het? Het blijft als klittenband in de vacht van de runderen hangen en verspreidt zich aldus in hoog tempo over het gehele gebied. Het is onvoorstelbaar hoe snel dit gaat.’ Hetzelfde geldt de Vlaamse gaai. ‘De vogel is de grote bosbouwer van het rivierlandschap’, zegt de bioloog gepassioneerd. Bosbouwer? ‘De vogel verstopt in het najaar grote voorraden eikels voor zijn kroost van het volgend jaar, maar niet zelden kan de gaai zijn eikelarsenaal niet meer terugvinden, of heeft het rivierwater de zaak verspreid. Je ziet overal eikjes opspringen.’ 
 

Bioloog hoopt op onderlopen uiterwaard
De Millingerwaard is helemaal klaar voor een lekkere overstroming, zegt Bekhuis handenwrijvend. Hij kan haast niet wachten. ‘Ik hoop dat het deze winter weer eens gebeurt. Dat zal de diversiteit volgend voorjaar nog meer ten goede komen.’

 

Lees meer over Ruimte voor de Rivier in de Millingerwaard

 

 

 

 
< Vorige   Volgende >