| Plots was de Gryze stroomgod weer terug |
|
|
|
Artikel uit De Gelderlander van 10-10-2009 DE CANON VAN NIJMEGEN De nationale canon is sinds augustus uitgangspunt voor geschiedenislessen op middelbare scholen. Nijmegen heeft nu een eigen versie met 50 vensters. Eentje gaat over hoogwater. door Toon Bosch Nijmegen, zondag 25 januari 1995. Vanwege zware regen- en sneeuwval in de Alpenlanden stijgt het peil van de Waal continu. Het spectaculair hoge water trekt duizenden kijklustigen en zorgt voor chaotische taferelen in de benedenstad.Een watersnoodramp lijkt een kwestie van tijd. De vrees was niet ongegrond, want vanuit Duitsland rolde een enorme watergolf op de Nederlandse delta af. Het was maar devraag of de rivierdijken daartegen bestand zouden zijn. De Nijmeegse burgemeester Ed d'Hondt, tevens voorzitter van de regionale rampenstaf Nijmegen, nam geen risico en kondigde op 30 januari de verplichte evacuatie af van het Land van Maas en Waal en de Ooijpolder.
Tienduizenden verlieten huis en haard. Velen konden logeren bij familie of vrienden, anderen werden opgevangen door particuliere organisaties en overheden. Duizenden evacues werden in Nijmegen ondergebracht in kloosters, kazernes en sporthallen. Spannende dagen volgden. Maar het water zakte en op 6 februari zette minister Hans Dijkstal van Binnenlandse Zaken het sein op groen voor de terugkeer van de evacues. De bijna-watersnoodramp van 1995, met zijn crisisstemming, dreigende catastrofe en massale evacuaties, maakte in Nijmegen diepe indruk. Toch was de stad van oudsher bekend met hoogwater, zware ijsgang en watersnoodrampen. Bijvoorbeeld in 1809, achteraf de grootste watersnood ooit in het rivierengebied.
Bestuurders en burgers moesten toen zowel de bewoners van de benedenstad als de bevolking van de Ooijpolder en de Over-Betuwe te hulp schieten. En koning Lodewijk Napoleon stak in eigen persoon de Nijmegenaren een hart onder de riem. Een welkome geste voor een stad die, evenals dat in 1799 ook het geval was, werd opgepropt van menschen welke (...) door middel van schuiten uit hunnen woning waren gered. Dergelijke taferelen speelden zich in de negentiende eeuw herhaaldelijk af, bijvoorbeeld in 1820, 1855 en 1861. Hoewel hoge waterstanden zich in de twintigste eeuw met regelmaat voordeden, kwamen catastrofes van deze omvang zelden meer voor. Alleen in 1926 kwam de stad tijdens een watersnood nog in actie als opvangcentrum, nadat de Maasdijk bij Overasselt was bezweken en het Land van Maas en Waal volkomen blank stond. Sindsdien vervaagde de stedelijke herinnering aan watersnoden en calamiteitenbestrijding. Tot de overstromingsdreiging van 1993 en vooral van 1995 de kracht van de ,gryze stroomgod, weer volop terugbrachten in het collectieve geheugen. |
| < Vorige | Volgende > |
|---|