Home

logo

Verdeling water over de Rijntakken gaat niet vanzelf Afdrukken E-mail

Artikel uit Rivierenmagazine nr.18 winter 2007

Het rivierwater dat via de Duitse Niederrhein Nederland binnenkomt wordt al twee eeuwen lang op dezelfde manier verdeeld over de Waal, de Neder-Rijn/Lek en de IJssel. Hoewel de verdeelsleutel goed werkt, is het goed eens te kijken of en hoe Ruimte voor de Rivier-maatregelen de waterverdeling beïnvloeden, vindt Hendrik Havinga van Rijkswaterstaat Oost-Nederland.

De verdeling van het rivierwater in Nederland begint bij het dorpje Pannerden. Tweederde van het water stroomt daar de Waal in en één derde gaat naar het Pannerdensch Kanaal. Het water in het kanaal splitst zich bij Westervoort opnieuw: één derde naar de IJssel en tweederde naar de Neder-Rijn. Die verdeling bestaat al sinds 1771 als gevolg van een afspraak van Nederland met het toenmalige Pruisen. De waterverdeling moet ervoor zorgen dat alle rivieren genoeg water krijgen en dat de mensen veilig achter de dijken kunnen wonen. In 1798 werd Rijkswaterstaat opgericht om erop toe te zien dat het water volgens afspraak wordt verdeeld.

  
Schematische voorstelling van de huidige afvoerverdeling van de Rijntakken. Nu kunnen de Rijntakken 15000m3 water per seconde veilig naar zee afvoeren en na 2015  16000m3.

De verdeelsleutel voor het water is ook het uitgangspunt van de 40 Ruimte voor de Rivier-projecten die Rijkswaterstaat langs de rivier gaat uitvoeren. De projecten moeten ons beschermen tegen extreem hoge afvoeren tot 16.000 kuub ofwel 16 miljoen liter water per seconde bij Lobith. Rijkswaterstaat heeft berekend dat dit de hoeveelheid water is die hoort bij de afgesproken hoogwaterveiligheidsnorm (de kans dat de dijken overstromen is vastgesteld op eens in de 1250 jaar. In 2015 moeten de maatregelen uitgevoerd zijn.

Maar dat is nog niet alles: vanaf 2050 wordt rekening gehouden met 18.000 kuub water per seconde bij Lobith. Volgens rivierkundige Havinga is het niet zeker of de Rijntakken zich bij zulke hoge afvoeren zullen houden aan onze waterverdeelsleutel. ‘Er kunnen dan dingen gebeuren die we niet kunnen voorzien. Zo’n enorme watergolf zou de bodem nabij de splitsingspunten kunnen verstoren, waardoor de afvoerverdeling verandert. Al met al kan de afvoer per Rijntak tot wel 500 kuub per seconde anders zijn, dan waar we mee rekenen.’

Tijdelijke maatregelen
Momenteel worden de voorbereidingen getroffen voor de veertig Ruimte voor de Rivier-projecten. Door maatregelen als kribverlaging, uiterwaardverlaging, dijkverlegging en het graven van nevengeulen moet de rivier meer ruimte krijgen. Als dit over de hele linie gebeurt, daalt de waterstand en wordt de kans op een overstroming kleiner. ‘Maar waar we rekening mee moeten houden is dat de uitvoering van projecten in een straal van 20 kilometer rond de beide splitsingspunten de waterverdeling zal beïnvloeden’, legt Havinga uit. ‘Als je bijvoorbeeld een uiterwaard verlaagt op de Waal in de buurt van het splitsingspunt, ga je dat merken op de Neder-Rijn en de IJssel. Daar zal dan minder water heen stromen, omdat de Waal meer water trekt. Rijkswaterstaat zal dan ook tijdelijke maatregelen treffen om afwijkingen in de afvoerverdeling te corrigeren. Hiervoor zijn enkele zomerkades
aangewezen die eenvoudig verhoogd of verlaagd kunnen worden. Dus als we werken aan een uiterwaard langs de Waal – en er dus meer water richting de Waal gaat – verhogen we tijdelijk een enkele zomerkade nabij het splitsingspunt Pannerdense Kop. Zodra de andere projecten ook zijn uitgevoerd en de verdeling weer is zoals we hebben afgesproken, kunnen die tijdelijke verhogingen worden weggehaald.’

  

 Splitspunt van Boven-Rijn in Waal en Pannerdens Kanaal 
foto Wim van Hof/bvBeeld

De rivierkundige plaatst enkele kanttekeningen bij hoe de uiterwaarden en de aanleg van de nevengeulen in het kader van Ruimte voor de Rivier worden ingericht. ‘De uiterwaarden kunnen dicht groeien met planten, struiken en bomen. Ook kunnen nevengeulen verzanden en kan er ijs in de uiterwaarden vast komen te zitten. Als er dan hoogwater komt, kan het water nergens heen. Om dit te voorkomen moet het rivierbeheer net zo dynamisch zijn als de natuurontwikkeling in de nieuw ingerichte uiterwaarden. In het project Stroomlijn hebben we daarom al veel houtopslag verwijderd.’

Bodemdaling stoppen
Niet alleen Ruimte voor de Rivier maakt dat we eens grondig naar de waterverdeling moeten kijken. De aanleg van dijken en kribben en de gemaakte bochtafsnijdingen in het verleden hebben ertoe geleid dat de rivierbodem met centimeters per jaar daalt. Dat is een probleem, omdat bij voortgaande bodemdaling kribben, brugpijlers en kades ondermijnd worden. Bovendien gaat dit ten koste van de bevaarbaarheid. De bodemdaling ontstaat, doordat er te weinig zand wordt aangevoerd met het rivierwater. Havinga: ‘We overleggen met Duitse collega’s over maatregelen. Zij zijn al zover dat ze de rivierbodem op sommige plaatsen hebben vastgelegd met breuksteen. Op andere plaatsen hogen ze de bodem op met zand van buitenaf. Dit doen ze om hun eigen stuk rivier bevaarbaar en beheersbaar te houden. Maar wij hebben er ook profijt van: er komt weer meer zand in de rivier. We zijn zo’n ingreep nu aan het voorbereiden bij Lobith, zodat we de rivierbodemdaling kunnen afremmen. Ook verder benedenstrooms in de Waal en het Pannerdensch Kanaal zijn plannen om de bodemdaling te stoppen.’

  
Een van de stuwen in de Neder- Rijn bij Driel, waarmee de waterafvoer wordt geregeld.  foto Wim van Hof/bvBeeld

 
< Vorige   Volgende >